De mestverwerkingsfabriek in Sterksel. De provincie wil dat alle drijfmest eerst in een dergelijke fabriek wordt bewerkt, voor het door akkerbouwers op het land mag worden gebracht. © Rob Engelaar

Femke Dingemans en Jack Verhulst 08-04-22

Provinciale Staten van Noord-Brabant spreken vandaag over de toekomst van de Brabantse landbouw. Wij willen voorkomen dat er nieuwe mestfabrieken komen.

Het provinciebestuur van Brabant is bezig haar koers te bepalen wat betreft de toekomst van de landbouw en voedselvoorziening. Zo wil de provincie biologische en natuurinclusieve landbouw stimuleren, dat is positief en we zijn blij met deze stap. Maar met de aanpak van het mestoverschot slaat de provincie de plank mis.about:blankhttps://acdn.adnxs.com/dmp/async_usersync.html

Brabant produceert mest, heel veel mest. Door het enorme aantal varkens, kippen, geiten en niet-grondgebonden melkvee is er te veel mest dat we in Brabant niet direct op het land kunnen gebruiken. Het provinciebestuur zet daarom vol in op mestfabrieken om het probleem aan te pakken, maar daarmee creëert ze nieuwe problemen. Deze keuze leidt tot extra mestfabrieken, meer overlast voor omwonenden (denk aan stank en extra vrachtverkeer) én meer kosten voor boeren.

Binnen aantal jaren geen mestoverschot

Tot nu toe was het zo dat alleen het teveel aan mest verwerkt moet worden in een industriële fabriek. De veestapel lijkt de komende jaren flink te krimpen, mede als gevolg van de stikstofcrisis. We gaan er vanuit dat er binnen een aantal jaren geen mestoverschot meer zal zijn en daarmee worden mestfabrieken overbodig.

Het sluiten van mestfabrieken is goed nieuws voor omwonenden die overlast ervaren én voor boeren. Deze laatste groep is nu veel geld kwijt om het mestoverschot van hun agrarische bedrijven te laten verwerken. Nu het einde van de mestverwerkingsindustrie in zicht komt, wil de provincie dat niet alleen het teveel aan mest naar een mestfabriek gaat, maar dat álle mest bewerkt moet worden. Ze creëert daarmee een nieuwe markt voor mestfabrieken.

Mest die een veehouder nu naar een akkerbou­wer brengt of op eigen grond gebruikt moet straks eerst naar een mestfa­briek

Als alle mest die wordt geproduceerd ook moet worden bewerkt, betekent dit dat mest die een gangbare veehouder nu naar een akkerbouwer brengt of op eigen grond wil gebruiken, voortaan eerst naar een mestfabriek moet. Natuurinclusieve en biologische boeren zijn gelukkig uitgezonderd, maar deze maatregel gaat collega-boeren veel extra geld kosten. Ook kost het bewerken van mest veel energie, veel extra vrachtverkeer en ervaren omwonenden vaak overlast van mestfabrieken.

Waarom een overbodige extra partij tussen de veehouder en akkerbouwer plaatsen? Waarom is dat nodig als de akkerbouwer de mest tot nu toe ook wel rechtstreeks mocht gebruiken? Het lost in ieder geval geen milieuprobleem op, het draagt niet bij aan versterking van biodiversiteit en ook niet aan verduurzaming van de landbouw. Het is dan ook totaal onduidelijk welk probleem de provincie hiermee wil oplossen.

In balans brengen van mestproductie

Met de komst van nieuwe mestfabrieken zien we vooral nieuwe problemen ontstaan. We pleiten voor het in balans brengen van de mestproductie ten opzichte van de beschikbare grond, oftewel grondgebondenheid. In de tussentijd hebben we nog te maken met een mestoverschot waarvoor het huidig beleid van de provincie volstaat, waarbij alleen het overschot naar een mestfabriek gaat.

Kortom, de huidige fabrieken kunnen op termijn afbouwen, in lijn met de krimp van de veestapel. Nieuwe mestfabrieken zijn dan ook overbodig.

Femke Dingemans is directeur van de Brabantse Milieufederatie en Jack Verhulst is biologisch melkveehouder en voorzitter van het Netwerk Goed Boeren.